Wereldwandelaars 1898 Regionaal Archief Dordrecht

De eerste Nederlandse wereldwandelaar

De eerste Nederlandse wereldwandelaar

De eerste drie decennia van de 20e eeuw zijn de gouden jaren voor het wereldwandelen. In de periode 1900-1935 trekken vele duizenden jonge mannen te voet de wereld in. Het speelt in heel Europa.

Kenmerkend voor de avontuurlijke globetrotters is dat ze zonder een cent op zak vertrekken, met voordrachten of het maken van muziek wat bijverdienen en onderweg portretkaarten van zichzelf verkopen. Ze zijn bijna altijd van eenvoudige komaf. Het zijn schoenmakers, kelners, venters of sjouwers of ze hebben helemaal geen werk.

Om op te vallen dragen ze vaak een merkwaardig kostuum. Het kan een echte globetrotter-outfit zijn met wandelstokken en rugzakken of een Volendammerkostuum, een cowboypak of een padvindertenue. Vaak dragen ze ook sjerpen en armbanden in nationale kleuren met de tekst “Tour du monde”, “Around the World” of simpelweg “Wereldreiziger”.

De jongemannen hebben ook bijna allemaal een “controleboek” bij zich. In iedere plaats van betekenis stappen ze naar het gemeentehuis of een politiebureau om het boek te laten stempelen of aftekenen. Zo kan iedereen controleren waar ze zijn geweest. Ook lopen ze de deuren van krantenredacties plat. Daar vertellen ze dan dat ze bezig zijn met een jarenlange wereldreis en vaak hebben ze de route helemaal in hun hoofd uitgestippeld.

Dit “wereldwandelen” is aan het eind van de 19e eeuw in de Verenigde Staten begonnen. Het slaat over naar Europa en in de periode 1880-1900 zijn het vooral Fransen, Duitsers en Oostenrijkers die er op uit trekken. Nederland haakt relatief laat aan. In Nederland begint het globetrotten pas na 1905 echt op gang te komen.

Toch moet er altijd één de eerste zijn. Wie was die eerste Nederlandse wereldwandelaar?

Controleboek Dirk van Dam NOC-NSF

Zonder controleboek telde je als wereldreiziger niet mee.

Kees Dudok de Wit
Die vraag lijkt op het eerste gezicht niet moeilijk te beantwoorden. Het is immers Leonard Corneille (Kees) Dudok de Wit (1843-1913), ook bekend als “Kees de Tippelaar”, die eind 19e eeuw al lange wandeltochten door Europa en andere werelddelen maakt. In 1865 vertrekt hij naar Java waar hij in 1866 een spectaculaire wandeling tot een goed einde brengt. Daarna heeft hij de smaak te pakken en wandelt hij onder andere door de Verenigde Staten. In 1874 besluit hij van Amsterdam naar Parijs te lopen en het jaar daarop loopt hij van Amsterdam naar Wenen. Er volgen nog meer wandelingen en Kees wordt in zijn woonplaats Breukelen, maar ook ver daarbuiten een “wereldvermaard landlooper”.
Toch is Kees Dudok de Wit niet de eerste Nederlandse wereldwandelaar. Kees is allesbehalve van eenvoudige komaf. Hij is steenrijk en hoeft geen dag in zijn leven te werken. Hij verkoopt onderweg geen portretkaarten om in leven te blijven, draagt geen opvallend kostuum en geen banden om zijn arm of sjerpen om zijn lijf. Ook heeft Kees geen controleboek nodig. Hij heeft niets te bewijzen en kan gaan en staan waar hij wil.

Huis Slangevecht bij Breukelen

Dudok de Wit, thuis in Breukelen

J. van Engelen uit Tilburg
Als Kees Dudok de Wit afvalt, wie was dan wel de eerste Nederlandse wereldwandelaar? Het is een vraag die niet zo eenvoudig is te beantwoorden, want we zijn daarbij vrijwel volledig afhankelijk van krantenberichten. Op basis van die bronnen denk ik dat het J. (Jac.) van Engelen is, ingezetene van Tilburg. In de krantenartikelen komt zijn voornaam niet voor, maar wellicht gaat het om de in 1873 in Nieuwkuijk (Noord-Brabant) geboren schoenmaker Joseph(us) van Engelen. Nieuwkuijk ligt op ongeveer 20 km afstand van Tilburg.

Possoz, Van Engelen, Barchelet 1898

Een “tour du monde” in 10 jaar
Van Engelen begint zijn tocht op 19 juni 1898 met twee maten, de Belg Edmond Possoz (Edmundus Philippus Maria Possoz uit Antwerpen) en de Fransman Réné Barchelet uit Rouen. De tocht wordt gestart in Antwerpen en staat onder leiding van de Belg. De reisplannen zijn ambitieus:
“Dit kloeke drietal stelt zich voor een voetreis te maken, niet zoozeer rondom de wereld, als wel door alle werelddeelen, waarbij zij alle steden van eenige beteekenis bezoeken willen en zich toeleggen op het verzamelen van merkwaardigheden, om ten slotte in een boek hunne reisavonturen te beschrijven.”

De heren hebben de hele route al uitgestippeld. In 10 jaar tijd willen ze de wereld rond. Na Nederland en Duitsland naar Denemarken, Zweden en Noorwegen. Daarna door Rusland, Hongarije en Turkije en vervolgens naar Azië. Dan komt Siberië aan de beurt, gevolgd door Alaska en het vaste land van Amerika tot aan Buenos Aires. Tot slot Afrika en dan weer naar Europa, “’n heel wandelprogramma dus”, constateert de Nieuwe Vlaardingsche Courant droogjes.

“Een soort van sportcostuum”
De jongemannen hebben alle kenmerken van een wereldwandelaar. Ze trekken “door hunne eigenaardige kleeding, een soort van sportcostuum” veel aandacht. Zelfs zoveel dat ze in Nederland worden gefotografeerd. De foto’s zijn te vinden in de beeldbank van het Regionaal archief Dordrecht. Possoz staat vermoedelijk links en houdt De Dordrechtsche Courant omhoog, Van Engelen waarschijnlijk in het midden.
Ze dragen petten waarin kleine vlaggetjes zijn gestoken en hebben alle drie een band om de arm met de tekst Tour du monde. Ook de rugzakken hebben een rood-witte band met die tekst. Het drietal draagt een controleboek, dat ze, in elke plaats waar ze arriveren, laten aftekenen. Ze hebben reisgidsen bij zich en hun hele hebben en houden in de rugzak. Wanneer het linnengoed is versleten, wordt nieuwe gekocht.
De drie jongens lopen vanuit Antwerpen naar Dordrecht via Merxem, Kapellen, Hoogerheide, Bergen-op-Zoom, Steenbergen, Oudenbosch en Moerdijk. Na Dordrecht volgen Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. Onderweg wordt ook nog even aangewipt bij de immer gastvrije Kees Dudok de Wit in Breukelen.
Ze maken hun tocht zonder een cent op zak. Om wat bij te verdienen houden ze onderweg voordrachten en muzikale soirées. Possioz spreekt dan “… op onderhoudende wijze over de reisontmoetingen en indrukken, op den afgelegden weg opgedaan”.

Van Engelen houdt het voor gezien
Jac. van Engelen uit Tilburg is vermoedelijk de eerste Nederlandse wereldwandelaar, maar ver komt hij niet. Hij geeft er medio juli al de brui aan. Ook de Fransman laat het al snel afweten, waarna de Belg Possoz in zijn eentje verder trekt. De Nieuwe Koerier van 30 juli 1898 doet verslag:
“Gisteren, vrijdag, rond middag, zagen wij hier een kereltje doorstappen, met een hollandsche driekleurenrijke band rond den linkerarm, waarop de woorden Tour du monde (reis om de wereld) vermeld stonden en een paar vreemdsoortige onderscheidingsteekens op de borst. Buiten een portefolie en een klein register, waarin hij bij de gemeentebesturen der steden zijne doortocht liet opteekenen, was hij slechts drager van een dikken stok of stuurstaf, terwijl zijne kleedij en spierkracht, voor eene dergelijke onderneming veel te wenschen scheen over te laten.” De journalist vindt de Belg maar een merkwaardige “baardelooze kwibus” die “bijna niets dan Fransch sprak”. Possoz is onderweg naar Maastricht.

Een andere krant meldt later dat de Belg niet alleen door Holland is gewandeld, maar ook door Duitsland, Luxemburg, Zwitserland en Frankrijk. Vanuit Parijs heeft hij Dudok de Wit een brief geschreven. Daarin vertelt hij dat hij van plan is door te wandelen naar Spanje en Portugal om zich daar in te schepen naar Afrika. Na dit levensteken is nooit meer iets van Possoz vernomen.

Voor zover bekend heeft Van Engelen zijn wandelschoenen nooit meer aangetrokken. Het bleef bij een eenmalige poging in 1898. Hij staat wel mooi op de foto.

J. van Engelen 1898

Vermoedelijk J. van Engelen uit Tilburg (Regionaal Archief Dordrecht)